Introductie van de Shiba


Het is ongetwijfeld al meer dan 3000 jaar geleden dat dit kleine stevige, pientere hondje zijn spitse snuit op de Japanse archipel liet zien.


Hij wordt beschouwd als een van de oudste Japanse rashonden. Maar hoe kwam hij in Japan terecht? Waarschijnlijk was hij uit het zuiden van China afkomstig, waar wilde hondachtigen leefden die sterke overeenkomsten met hem vertoonden.


Hij zou met de mensen stroom mee, via Korea, het eiland Honshu hebben bereikt, het grootste eiland van de archipel.


Fazanten Jager.


Zijn taak? Op veerwild jagen zoals de Yamadori - een soort bergfazant - maar ook op hazen , vossen dassen en reeën.


En ondanks zijn kleine formaat denkt men dat hij ook op zwijnen en beren jaagde. Omdat hij in die streek de enige hond was, bleef de waarde volle kameraad raszuiver.


Zo gingen er eeuwen en eeuwen waarin de shiba weliswaar geen veranderingen onderging, maar omdat hij zo slim en behendig was zijn, zijn jacht technieken voortdurend verbeterd.


De mensen waren hem heel trouw. Er waren mensen die als hun Shiba doodging meteen weer een andere namen en zo meerdere Shiba’s hebben gehad.


Van generatie op generatie bleven de mensen aan deze hond gehecht. Hoewel de hond geen belangrijke rol speelt in de traditionele Japanse beschaving, vormde de Shiba daar wel een onderdeel van dat angstvallig beschermd werd.


Oorlog slachtoffer.


1910–1920: De Japanners beginnen zich voor de kynologie te interesseren. Ze inventariseren hun rassen, en proberen die te behouden. Men ziet in dat ze tot het nationale erfgoed behoren. In 1936 wordt besloten de Shiba officieel te gaan beschermen. Het werd tijd! De tweede wereld oorlog breekt uit en richt grote schade aan onder de honden populatie. Aan het einde van het conflict is het ras bijna uitgestorven.


Kynologen nemen een zware taak op zich: ze gaan naar de meest afgelegen dorpen op het eiland Honshu om overlevenden van het ras te vinden en met de meest raszuivere exemplaren het ras te herstellen. De operatie slaagt!


Tegenwoordig is de Shiba een van de meest populairste gezelschaphonden in Japan. In meerdere aantallen komt hij zelfs in Frankrijk en Engeland voor en is hij ook doorgebroken in de VerenigdeStaten.


Een kleinehond met veel Sprit


De Shiba



Aan het eind van 1991 waren er meer dan 50 Shiba’s in Nederland, waarvan verscheidene Nederlands kampioen en meervoudig Europees kampioen waren. Twee reuen werden wereldkampioen en een reu haalde de titel zelfs twee keer. Een teef, Nederlands kampioen, was ook succes vol op de wereldtentoonstellingen in Denemarken, vele Shiba’s wonnen internationale titels, ofschoon de titel internationaal kampioen niet eerder wordt afgegeven voor een werk proef was afgenomen. Tot dus ver is dit niet mogelijk geweest, daar niemand precies weet hoe dit geregel moest worden, twee Shiba’s waren gekwalificeerd voor de hond van het jaar competitie (1989 en 1990) door het behalen van hoge punten voor de beste van het ras, Beste van de groep en de plaatsingen bij de eerste vijf tophonden CAC-CACIB shows.

 

Goede bloedlijnen werden geïmporteerd uit Engeland, Denemarken, Zweden Japan, Italië en uit combinaties van al deze lijnen met Amerikaanse Shiba’s. Er is nu dan ook een grote genetische pot beschikbaar in Nederland die mettertijd nog betere Shiba’s moest voortbrengen als het fokken en keuren wordt gedaan met een intelligente aanpak volgens de standaard opgesteld door de Nippon Club van Japan en goed gekeurd door de F.C.I. Enkele tweede generaties Shiba’s hebben reeds hun ouders verbeterd, hetgeen ook de normale gang van zaken dient te zijn.

 

Ik kreeg dit artikel ergens bij toeval, toen ik met mijn werk bezig was als tegelzetter bij een andere hondenliefhebber toen zoals altijd ik volmondig mijn verhaal over onze Shiba’s vertelde. Ik mag de keurmeester wel bedanken voor zijn artikel, want zonder deze had ik nooit mijn belangstelling kunnen tonen voor dit fijne bijzondere mooie ras, dat ons leven totaal zou veranderen en dat ons zo veel plezier heeft gebracht. Na nogal wat speurwerk te hebben verricht, vond ik een kennel die zo nu en dan Shiba’s fokten. Het hield wel in dat ik daar voor  een flink stuk moest rijden, maar mijn verlangen een Shiba te zien was zo groot dat ik opgewekt naar de maan zou hebben gereisd! Onze eerste reactie bij het zien van de puppy’s was dat het al onze inspanning waard was geweest. Hij woog ongeveer 3 kilo en leek een beetje op een vosje of een rode koalabeer, met de lenigheid van een aap en de nieuwsgierigheid en de motivatie van een jong intelligent kind. Ik was gewend aan een Duitse herdershond met grote oren. Deze Shiba pup had smalle driehoekige oren die spits, in een fijne punt uitliepen en naar voren waren gespitst, hetgeen wat hem een alerte verschijning gaf. Eerlijk hij leek zo intelligent dat hij geen woord wilde missen van wat wij zeiden. Zijn erg donkerbruine ogen, schuin omhoog naar de oor inzet, waren helder en straalden pret en ondeugd uit. Ik stond werkelijk met pure bewondering naar hem te kijken. Op zijn beurt keek hij naar mij op, met zijn hoofd iets schuin naar een kant, alsof hij iets van mij verwachte. Plotseling en zonder aarzeling sprong deze onverschrokken kleine knaap van uit staande positie recht in mijn armen. Ik was totaal verrast door zijn snelheid. Hij onderzocht mijn neus , de binnen kant van mijn oren en mijn kapsel. Als ik hem daartoe de kans had gegeven Zou hij mijn tanden hebben geteld en mijn gebit volledig onderzocht hebben. Na dat hij zijn onderzoek had voltooid, gaf hij mij een vlugge kus op mijnwang en beloonde mij met een “uitmuntend” We werden onmiddellijk hartsvrienden. Hij stond ons toe zijn zachte dubbele vacht aan te raken en zijn perfect aangezette staart,  die over zijn rug krulde, te bewonderen. Dit was geen hond die ooit zijn staart zou laten hangen voor vreemdelingen of zenuwachtig zou zijn in de Showring . Dit werd de hond van mijn dromen, voor de rest van mij leven, een verwante geest en een echte kameraad. Het was een zwaar hart en een lichte beurs toen ik afscheid van hem nam. Zijn fokker en ik waren het erover  eens dat hij nog te jong was om zijn moeder en zijn vier andere nest maatjes te verlaten. Een moeder Shiba onderricht en traint haar kroost goed. Het is belangrijk voor de gedragsontwikkeling en de psyché van de Shiba dat de jongen vroeg de rangorde binnen de groep weten. Er zit nog iets nogal primitiefs en oorspronkelijks in de Shiba, dat hem een waardigheid geeft die veel groter is dan zijn lichamelijke grote. Het is een moeilijk te beschrijven eigenschap die nog niet door de menselijke tussen komst is verdwenen. Een Shiba denkt dat  hij gelijk is aan de mensen  en weet de krachten en de zwakheden van zijn eigenaar snel in te schatten, zodat hij zich weet aan te passen met een hartstochtelijke toewijding en intense loyaliteit, hetgeen niet noodzakelijkerwijs inhoudt dat zijn gedrag afstamt van gehoorzaamheidstraining .

 

 

Als gevolg van deze emotie valt de Shiba ten prooi aan dezelfde primitieve trekken waar mannen ook voor vallen. De Shiba laat ook snel zijn verontwaardiging  blijken als hij jaloers is, te weinig aandacht krijgt of zijn voedsel of genegenheid met anderen moet delen. Hij kan reageren met een ongecontroleerde woede-uitbarsting  die zijn impulsieve Jacht- instinct naar boven brengt en de aandrang om de gegeven situatie, die deze emotie heeft opgeroepen  weg te nemen of in de hand te houden. 

 

  De Shiba al op jonge  en oudere leeftijd zeer actief


Het ligt in zijn aard dat hij wat afwezig is. Als u hem meeneemt de vrije natuur in om te rennen, wordt hij natuurlijk weer een echte hond een sportieveling, een bonk spieren. Dan herinnert hij zich weer de tijd waarin hij jaagde hoog in de bergen van Japan, en bij de minste geur van veer of haarwild, begint hij te beven van ongeduld. Hij houdt voor al van wandeltochten in de bossen. U kunt hem loslaten: in principe loopt hij niet weg. Maar zorg niettemin dat u ervan verzekerd kunt zijn dat hij komt als u roept. Met zijn onafhankelijke aard zoals de zijne weet je het maar nooit. Wanner de Shiba eenmaal terug is in de huiselijke haard, lijkt hij het gerief van een knus interieur op prijs te stellen. Hij is geen lomperik, maar juist fijngevoelig. Der zachtheid van een kussen of tapijt, de warmte van een houtvuur, gedempt lamplicht hij vindt het heerlijk.

 

Verzorging

 Zijn voeding


De Shiba  is allesbehalve een holle bolle Gijs. Hij stort zich niet op zijn etensbak en eet met mate. Een hond van rond de twaalf kilo heeft elke dag een gevarieerde voeding nodig, aangevuld met vitamines. Twee tot drie  keer per week vlees, vis of orgaanvlees en een hardgekookt ei mogen gerust op het menu van de Shiba staan. Als uw beschermeling veel lichaamsbeweging krijgt vergroot u de porties. Geef hem gerust droogvoer, dat zoveel praktischer en goedkoper is. Maar als u eenmaal een bepaalde lijn in zijn voeding heeft gebracht, wijk daar dan niet meer van af. Als hij op een flat woont, heeft hij het mogelijk warm en kan hij uitdrogen: Zorg dat hij altijd verswater  in overvloed  heeft.

 

                                                              Zijn gezondheid.

 

Zijn uiterlijk doet denken aan de primitieve honden, en hij is net zo stevig als zij. Geen enkel speciaal gezondheid probleem. Als hij het koud begint te krijgen, wordt zijn vacht twee keer zo dik om hem te beschermen. Hij kan dus buiten leven zonder bang te zijn voor slecht weer.

                                                         

                                                              Zijn verzorging.

 

Hij heeft een korte, harde en dichte, dikke dek vacht, die niet bijgehouden hoeft te worden. Maar u moet hem regelmatig borstelen om het dode haar weg te halen en de vacht volumineus te houden. Maak zijn ogen en oren schoon, knip zijn nagels, poets zijn tanden... Hij zal stralen.

 

De Shiba is niet jaloers van aard, en hij houdt van zijn naasten, zowel van mensen als van honden. U kunt hem rustig laten samenleven met een hond die niet tot zijn ras behoort. Hij heeft niets van een verstokte kluizenaar. Hij speelt zichtbaar  graag vooral met pups en ongebonden. Maar pas op met reuen bij elkaar. Dat kan nogal eens flink uit de hand lopen.   

Goed opvoeden

Doen:


Enigszins autoritair optreden, voor al in het begin.

Respecteer zijn onafhankelijke aard.

Probeer hem te begrijpen.

Neem hem zoals hij is, met zijn goede en slechte kanten.

 

Niet doen:

 

Hem proberen ‘af te richten’: een Shiba richt je niet af, die voed je op.

Gebiedend zijn.

Hem ruw behandelen.

Denken dat hij, om dat hij zo gesloten is, onverschillig is.

U opwinden.

Hem in de vakantie zo maar aan iemand toe vertrouwen.